ECLI:NL:GHAMS:2017:1931
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: geen terugwerkende verlaging onderhoudsbijdrage
Partijen zijn in 1970 gehuwd en in 1989 gescheiden. De man is sinds 1994 verplicht onderhoudsbijdrage te betalen aan de vrouw. In 2004 werd een verzoek tot verlaging van de alimentatie afgewezen. In 2014 legde de vrouw beslag op het pensioen van de man wegens achterstallige betalingen.
De man verzocht de onderhoudsbijdrage met terugwerkende kracht te verlagen of op nihil te stellen, maar het hof oordeelt dat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat de beschikking uit 2004 niet aan wettelijke maatstaven voldeed. Ook is geen sprake van een wijziging van omstandigheden die een terugwerkende verlaging rechtvaardigt.
De vrouw stelde dat de man zijn verplichtingen niet nakwam en dat zij daardoor financieel benadeeld werd. Het hof verwierp het beroep op rechtsverwerking door de man en benadrukte dat de vrouw geen reden had haar aanspraak niet te maken.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover daarin de onderhoudsbijdrage tot 26 augustus 2015 werd vastgesteld op de feitelijke betalingen en wees het verzoek van de man tot terugwerkende verlaging af. Het verzoek van de vrouw om betaling van achterstallige alimentatie werd afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien zij al een executoriale titel bezit.
Uitkomst: Het hof vernietigt de vaststelling van de onderhoudsbijdrage tot 26 augustus 2015 op feitelijke betalingen en wijst het verzoek tot terugwerkende verlaging af.