Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Niet overgelegde primaire administratie
2.4.3. Beoordeling van de administratie
Belanghebbende:
belanghebbende(…):
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende exploiteerde een coffeeshop en kreeg voor 2007 een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd met een correctie van € 415.000 op het belastbaar inkomen. De inspecteur baseerde dit op contante stortingen op de zakelijke rekening die niet konden worden verantwoord door belanghebbende.
Belanghebbende verstrekte niet alle gevraagde administratie, waardoor een informatiebeschikking werd opgelegd en de bewijslast werd omgekeerd. Ondanks diverse stellingen en bewijsstukken, waaronder grootboekmutaties van de broer en verklaringen over leningen en kasstromen, slaagde belanghebbende er niet in overtuigend aan te tonen dat de stortingen uit legale bronnen afkomstig waren. De administratie van de coffeeshop was incompleet en oncontroleerbaar.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur een redelijke schatting had gemaakt en dat de navorderingsaanslag niet naar willekeur was opgelegd. De rechtbankuitspraken werden bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag van € 415.000 wordt bevestigd.