Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Wet
BNB1957/40 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat omkering van de bewijslast niet met zich brengt dat van de belastingplichtige het onmogelijke mag worden gevergd: [16]
BNB1983/248 blijkt dat onvolkomenheden in de administratie van de belastingplichtige van zo weinig gewicht kunnen zijn dat omkering en verzwaring van de bewijslast niet is gerechtvaardigd: [17]
BNB1992/69 in vergelijkbare zin geoordeeld ten aanzien van onvolkomenheden in de beantwoording van de door de inspecteur gestelde vragen: [18]
BNB1992/127 blijkt dat, indien de belastingplichtige niet de vereiste aangifte heeft gedaan, de omkering en verzwaring van de bewijslast de gehele aanslag betreft: [19]
BNB1993/330 geoordeeld dat, aangezien de belastingplichtige de vereiste aangifte niet had gedaan, de inspecteur kon volstaan met de gemotiveerde stelling dat de belastingplichtige blijkens de door hem verrichte stortingen het betreffende bedrag als inkomen had genoten: [20]
BNB1997/343 geoordeeld dat de aldaar betreffende onvolkomenheden te gering waren om omkering en verzwaring van de bewijslast te rechtvaardigen: [22]
BNB2003/203 blijkt dat omkering van de bewijslast de Inspecteur niet ontslaat van zijn verplichting de door hem aangebrachte correctie te onderbouwen en aannemelijk te maken: [23]
BNB2010/47 geoordeeld met betrekking tot de omkering en verzwaring van de bewijslast bij het niet doen van de vereiste aangifte: [27]
BNB2017/92 heeft de Hoge Raad de vraag of de omkering van de bewijslast aan de orde kan worden gesteld in de procedure tegen de belastingaanslag, bevestigend beantwoord: [29]
BNB2017/138 blijkt dat voor omkering en verzwaring van de bewijslast een aanmaning dat het doen van aangifte is vereist: [32]
BNB2017/92 enige nadruk heeft gelegd op de wenselijkheid van het snel verkrijgen van duidelijkheid over de gevolgen van het niet voldoen aan een
informatieverplichting, mag worden aangenomen dat ook indien de informatiebeschikking betrekking heeft op het niet voldoen aan de
administratieverplichting, de vraag of op de informatiebeschikking de omkering van de bewijslast dient te volgen voorwerp van geschil kan zijn in de procedure die betrekking heeft op de informatiebeschikking. [38]
5.Beoordeling middelen
Ten geleide
BNB2017/92 [45] ).
BNB2017/92, r.o. 3.3.4 en 3.3.6).
ten volle kan worden overzienof het gebrek dan wel de gebreken aan medewerking van de kant van belanghebbende
van een zodanig gewicht zijn, dat daardoor, gelet op de omstandigheden van het geval, de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd is (HR
BNB2017/92, r.o. 3.3.5). De Hoge Raad heeft niet toegelicht wat hij heeft bedoeld met ‘gebreken van een zodanig gewicht’. Uit eerdere arresten van de Hoge Raad leid ik af dat ‘onvolkomenheden’ worden bedoeld die van zo weinig gewicht zijn dat omkering en verzwaring van de bewijslast niet is gerechtvaardigd (vgl. HR
BNB1983/248 [46] , HR
BNB1992/69 [47] en HR
BNB1997/343 [48] ).
ten volle overzienwat de consequentie zou zijn van het niet verstrekken van alle gevraagde documenten.
van een zodanig gewicht zijnom tot de meergenoemde omkering te leiden. Dit klemt temeer nu de betreffende stelling van de Inspecteur pas in de loop van het geding voor de rechter is ingenomen zodat de mogelijkheid van verweer door belanghebbende in betekenende mate was aangetast.
BNB2017/92 kan de bewijslast ten aanzien van dat resultaat niet worden omgekeerd en verzwaard wegens het niet voldoen aan de informatieverplichting.
BNB2017/138 [54] ).
BNB2010/47 [55] ). Het is aan de Inspecteur om (volgens de normale regels van stelplicht en bewijslast) aannemelijk te maken dat belanghebbende een absoluut en relatief omvangrijk bedrag niet heeft aangegeven zodat deze de vereiste aangifte niet heeft gedaan en derhalve de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. [56]
BNB1992/127 volgt dat, aangezien belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan, de omkering en verzwaring van de bewijslast de gehele navorderingsaanslag betreft: [58]
BNB1957/40 [59] heeft de Hoge Raad geoordeeld dat van de belastingplichtige niet het onmogelijke bewijs mag worden gevergd. Ook ingeval sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, hoeft de belastingplichtige niet te doen blijken dat hij uit welken hoofde ook geen inkomsten heeft gehad.
BNB1993/330 [60] volgt dat de inspecteur niet altijd de vermeende bron van inkomen hoeft te duiden. Het betrof een zaak die vergelijkbaar is met de onderhavige. De betreffende belastingplichtige had een bedrag van f 689.000 op de bankrekening van zijn grootmoeder gestort. De inspecteur had de stortingen gerekend tot het belastbare inkomen, waarbij hij niet had aangegeven tot welke bron van inkomen hij het bedrag van f 689.000 had gerekend. Naar het oordeel van de Hoge Raad kon de inspecteur, gelet op de omkering van de bewijslast, volstaan met de gemotiveerde stelling dat belanghebbende blijkens de door hem verrichte stortingen genoemd bedrag in 1982 als inkomen had genoten.
BNB2003/203 [61] en HR
BNB2005/339 [62] ). De inspecteur moet aannemelijk maken dat de navorderingsaanslag niet naar willekeur is vastgesteld maar berust op een redelijke schatting.