ECLI:NL:GHAMS:2017:3790
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling belastbaar inkomen en afwijzing vergoeding immateriële schade
Belanghebbende was het niet eens met de ambtshalve vastgestelde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2010, waarbij het belastbaar inkomen op €45.000 werd gesteld. Zij stelde dat de inbeslagname van haar administratie in 2006 haar verhinderde om de gevraagde informatie te verstrekken en dat er afspraken waren gemaakt over de afhandeling van eerdere jaren die ook voor 2010 zouden moeten gelden. De rechtbank verwierp deze stellingen en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof oordeelt dat het beroep op overmacht faalt omdat belanghebbende geen concrete toelichting gaf over de belemmering door de inbeslagname en zij onvoldoende maatregelen nam om aan haar aangifteverplichting te voldoen. De inspecteur heeft de aanslag gebaseerd op een redelijke schatting, gebruikmakend van omzetbelastingaangiften en eerdere inkomensgegevens. Belanghebbende heeft geen gegevens overgelegd die de schatting onjuist maken.
Verder is vastgesteld dat belanghebbende niet is gehoord voorafgaand aan de uitspraak op bezwaar, maar het hof volgt de rechtbank in dat er geen schending van de hoorplicht is omdat belanghebbende niet om een hoorzitting heeft verzocht. Ten slotte is de klacht over overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar- en beroepsbehandeling afgewezen omdat de vertraging mede het gevolg was van herhaalde uitstelverzoeken van belanghebbende zelf.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen vergoeding van immateriële schade toegekend en geen kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.