ECLI:NL:GHAMS:2018:1614
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete wegens te late indiening belastingaangifte 2014
Belanghebbende had de belastingaangifte over 2014 te laat ingediend, namelijk op 14 oktober 2015, terwijl de uiterste ontvangsttermijn 13 oktober 2015 was. De inspecteur legde daarom een verzuimboete op van €344, die na bezwaar werd verminderd tot €49. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de boete. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of de boete terecht was opgelegd en of belanghebbende een beroep kon doen op het vertrouwensbeginsel of afwezigheid van alle schuld (AVAS).
Het Hof oordeelde dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de aangifte pas op 14 oktober 2015 was ontvangen, een dag te laat. Belanghebbende had onvoldoende feiten gesteld om AVAS aan te tonen en had het risico op te late ontvangst bewust genomen door de aangifte pas vlak voor de deadline te versturen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur slechts gedeeltelijk tegemoet was gekomen in het bezwaar en de boete was verminderd, niet vernietigd.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en achtte de boete passend en geboden, mede gelet op de beperkte tijdsoverschrijding en de vermindering van de boete in bezwaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verzuimboete van €49 wegens te late indiening van de belastingaangifte 2014 wordt bevestigd.