ECLI:NL:GHAMS:2018:1647
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging van vergrijpboete na verwijzing door Hoge Raad in belastingzaak coffeeshop
In deze zaak staat de juistheid en hoogte van een vergrijpboete centraal die de Inspecteur heeft opgelegd aan belanghebbende [X] voor het jaar 2010. De Inspecteur had een navorderingsaanslag opgelegd naar aanleiding van onvolledige en onjuiste administratie van een coffeeshop, waarbij aanzienlijke omzet niet was geregistreerd. De rechtbank en het Gerechtshof Den Haag hadden eerder de boete verminderd vanwege schending van het hoor- en wederhoorvereiste uit artikel 5:53 lid 3 Awb Pro.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Gerechtshof Den Haag en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling, met name over de gevolgen van het niet naleven van artikel 5:53 lid 3 Awb Pro. Het Hof Amsterdam concludeert dat hoewel de Inspecteur in strijd met dit artikel heeft gehandeld, belanghebbende geen aantoonbaar nadeel heeft geleden dat een verdere boetevermindering rechtvaardigt.
Het Hof bevestigt dat de boete van 50% passend is gelet op het opzettelijk niet registreren van omzet, maar matigt deze tot 40% vanwege de omkering van de bewijslast. Er zijn geen andere omstandigheden die verdere matiging rechtvaardigen. De eerdere vermindering wegens schending van artikel 5:53 lid 3 Awb Pro wordt niet overgenomen omdat het vereiste nadeel ontbreekt.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 mei 2018 en is openbaar. Er is geen kostenveroordeling na cassatie. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt verminderd tot 40% van de nagevorderde belasting, ondanks schending van artikel 5:53 lid 3 Awb zonder aantoonbaar nadeel voor belanghebbende.