Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
Domaine”), welke een waarde van circa EUR 10.000.000 (…) vertegenwoordigen.
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Afspraak
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, houdster van alle aandelen in een NV, kreeg over 2009 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd door de inspecteur, gebaseerd op een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van €6.500.000. Na bezwaar werd dit verminderd tot €5.691.500. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die de navorderingsaanslag vernietigde en de inspecteur veroordeelde in de proceskosten.
De inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het geschil betrof de vraag of sprake was van een winstuitdeling door de NV aan belanghebbende, en of de navorderingsaanslag in strijd was met het vertrouwensbeginsel opgelegd. Het hof stelde vast dat de navorderingsaanslag ter behoud van rechten was opgelegd voor het geval de rechter zou oordelen dat onvoldoende feiten waren gesteld over het niet aflossen van een lening en rekening-courantschuld.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep van de inspecteur ongegrond is en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Tevens kende het hof een proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende en legde griffierechten op aan de inspecteur. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 4 oktober 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond verklaard en de vernietiging van de navorderingsaanslag 2009 bevestigd.