Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[X],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
grief Ifaalt.
grief II,
grief IIIen
grief IVevenmin terecht zijn voorgesteld.
Gerechtshof Amsterdam
Rochdale verhuurt sinds 2014 een sociale huurwoning aan [X], die onder bewind staat. Politierapporten en onderzoek tonen aan dat de woning zonder toestemming werd onderverhuurd aan twee vrouwen die er bedrijfsmatige prostitutie uitoefenden, terwijl [X] zijn hoofdverblijf elders had.
Rochdale vorderde ontruiming in kort geding wegens schending van de huurovereenkomst, met name het verbod op onderverhuur en prostitutie. De kantonrechter oordeelde dat de tekortkomingen ernstig genoeg waren om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen, maar wees enkele vorderingen af.
In hoger beroep betwistte de bewindvoerder het spoedeisend belang en de feiten, maar het hof bevestigde het oordeel van de kantonrechter. Het hof benadrukte de schaarste aan sociale huurwoningen en het belang van handhaving van de regels. De vermeerderde vordering tot huurachterstand werd deels toegewezen.
Het hof veroordeelde de bewindvoerder tot ontruiming, bekrachtigde het vonnis en veroordeelde haar tot betaling van een bedrag van €105,87 aan Rochdale, met veroordeling in proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming van de sociale huurwoning wegens onderverhuur en prostitutie en veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van €105,87 aan Rochdale.