Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
gemachtigde: T.G. Visser RB (DRV Accountants & Adviseurs te Rotterdam)
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende exploiteert een apotheek en huurde vanaf 2006 bedrijfsruimte die zij samen met vijf huisartsen inrichtte. De kosten van de afbouw en inrichting, inclusief omzetbelasting, bracht belanghebbende volledig in aftrek. De inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat hij meende dat de huisartsen de afnemers waren en dat sprake was van relatiegeschenken en misbruik van recht.
Na eerdere procedures en een verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam het geschil inhoudelijk beoordeeld. Het hof oordeelde dat de facturen op naam van belanghebbende stonden en door haar betaald waren, zodat zij als afnemer moest worden aangemerkt. De inspecteur slaagde er niet in te bewijzen dat de huisartsen rechtsbetrekkingen met de dienstverleners waren aangegaan. Ook was er geen sprake van relatiegeschenken of misbruik van recht.
Het hof verwierp de stelling dat de kosten niet in aftrek konden worden gebracht omdat de prijzen van medicijnen door de overheid werden vastgesteld. De kosten werden gekwalificeerd als algemene ondernemingskosten ter bevordering van de omzet. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.