Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellant sub 2],
1.HET PAROOL B.V.,
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
[geïntimeerde sub 4],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
“Huurbaas [C] ‘wist van niets’”. In dit artikel staat onder meer:
”Onderduiken doe je niet alleen”onder meer:
“Link kopers politiepand met crimineel”. Voorafgaand aan die kop staat als introductie de volgende tekst:
3.Beoordeling
alsmedede in de vordering geciteerde beweringen en het daarin geciteerde twitterbericht onrechtmatig zijn jegens [appellanten] Er is immers overwogen dat geen van de artikelen als geheel en evenmin het twitterbericht onrechtmatig zijn. De vordering onder (a) subsidiair zal worden toegewezen voor zover deze betreft de bewering in het artikel van 23 juni 2016 dat [appellanten] banden hadden met crimineel [C] . Al met al is dus de conclusie dat één bewering in het artikel van 23 juni 2016 onrechtmatig is jegens [appellanten] Het voert dan te ver om Het Parool te veroordelen het (gehele) artikel offline te halen of op enige wijze onvindbaar te (doen) maken via de zoekmachine van Google, zoals onder (b) gevorderd. Het voert tevens te ver om van Het Parool te verlangen Google te bewegen een pop-up venster te plaatsen bij zoekresultaten, zoals [appellant sub 1] met hun vordering onder (b) kennelijk mede beogen. Het hof komt verder tot een algehele afwijzing van het onder (b) gevorderde omdat de hierna te verwoorden veroordeling tot rectificatie een voldoende redres vormt voor het onrechtmatig geoordeelde handelen van Het Parool c.s.