Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Overeenkomst van geldlening
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de omvang en het bewijs van een geldleningsovereenkomst tussen [appellante] en [geïntimeerde]. [Appellante] exploiteert sinds 1 januari 2016 een schoonheids- en kapsalon en ontkent de omvang van de lening zoals door [geïntimeerde] gesteld.
De rechtbank had een aantal feiten als vaststaand aangenomen, waaronder de ondertekening van een leningsovereenkomst op 13 juni 2016 voor een bedrag van €46.320,-. [Appellante] betwist echter dat zij deze overeenkomst heeft ondertekend en stelt dat de lening een lager bedrag betreft.
In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat het origineel van de overeenkomst ontbreekt in het geding en heeft daarom bepaald dat [geïntimeerde] dit document uiterlijk op 21 mei 2019 moet deponeren. [Appellante] krijgt vervolgens de gelegenheid om het document in te zien en zich hierover uit te laten. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit is afgerond.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het origineel van de leningsovereenkomst moet worden gedeponeerd en houdt verdere beslissing aan.