Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
Feiten
Samenvatting van uw bezwaar
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland inzake de aanslag inkomstenbelasting 2015. Belanghebbende had in haar aangifte een nihil-aandeel in de rendementsgrondslag sparen en beleggen opgegeven, terwijl de gezamenlijke grondslag € 551.584 bedroeg. De inspecteur corrigeerde dit en legde een aanslag op met een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 6.618.
De rechtbank oordeelde dat fiscale partners gezamenlijk een verdeling van de rendementsgrondslag moeten maken en dat de door belanghebbende en haar fiscale partner gemaakte verdeling in hun gezamenlijke brief van 17 juli 2017 rechtsgeldig was. Een systeemfout in het aangifteprogramma die een onjuiste verdeling toestond, rechtvaardigde geen beroep op het vertrouwensbeginsel.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat zij erop mocht vertrouwen dat de uitkomst van het aangifteprogramma zou worden gehandhaafd en dat de inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door niet op haar bezwaargronden in te gaan. Het Hof verwierp deze stellingen en bevestigde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was gezien de omvang van de rendementsgrondslag en de algemene bekendheid dat hierover belasting wordt geheven.
Het Hof concludeerde dat de inspecteur zorgvuldig heeft gehandeld en voldoende op de bezwaargronden is ingegaan. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.