Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland inzake de afwijzing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting over het jaar 2015. De inspecteur had de aanslag inkomstenbelasting vastgesteld zonder toepassing van deze korting, omdat het kind niet tegelijkertijd tot het huishouden van beide ouders behoort zoals vereist volgens de wet- en regelgeving.
Belanghebbende stelde dat het kind gemiddeld de helft van de tijd bij hem verbleef en dat de inspecteur het vertrouwensbeginsel had geschonden door eerdere jaren de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen toe te staan. Het hof oordeelde dat het gemiddelde aantal dagen per jaar niet relevant is; de wet vereist een bestendige situatie van ten minste drie gehele dagen per week verblijf bij beide ouders. Belanghebbende had dit niet aannemelijk gemaakt.
Daarnaast verwierp het hof het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat eerdere goedkeuringen betrekking hadden op een andere regeling met andere voorwaarden. Het enkele volgen van aangiften in voorgaande jaren schept geen recht op vertrouwen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de inkomensafhankelijke combinatiekorting niet toekomt omdat het kind niet voldoet aan de verblijfsduurvereiste en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.