ECLI:NL:GHAMS:2019:1943
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing beslag op AOW-uitkering in hoger beroep
In hoger beroep heeft appellant verzocht om opheffing van het beslag dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) op zijn AOW-uitkering heeft gelegd, dan wel om een beslagvrije voet vast te stellen. De kantonrechter had eerder het verzoek tot vaststelling van een beslagvrije voet afgewezen vanwege onvoldoende openheid over de financiële situatie van appellant.
Appellant stelde dat zonder een beslagvrije voet hij niet in zijn levensonderhoud kan voorzien, aangezien hij geen ander inkomen of vermogen heeft. LBIO voerde gemotiveerd verweer tegen het verzoek. Het hof overwoog dat het incidentele verzoek voldoet aan de formele vereisten, maar dat appellant onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over zijn financiële positie om het verzoek toe te wijzen.
Daarom wees het hof het verzoek af en hield de beslissing over de proceskosten aan tot de hoofdzaak is afgerond. Tevens stelde het hof LBIO in de gelegenheid om binnen zes weken te reageren op het beroepschrift van appellant. De beschikking werd uitgesproken door drie raadsheren op 4 juni 2019.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het beslag op de AOW-uitkering af wegens onvoldoende aannemelijkheid van de financiële noodsituatie van appellant.