Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.2. Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Volgens de inspecteur is, door de verliesverrekening niet toe te staan, geen sprake van een onevenredige behandeling, omdat Nederland een regeling voor het in aanmerking nemen van liquidatieverliezen heeft.
dan de overdracht van verliezen(cursivering Hof) binnen een fiscaal geïntegreerde groep betreft, moet bijgevolg afzonderlijk worden beoordeeld of een lidstaat die voordelen kan voorbehouden aan vennootschappen die deel uitmaken van een fiscaal geïntegreerde groep en die voordelen derhalve kan uitsluiten in grensoverschrijdende situaties (zie in die zin arrest van 2 september 2015, Groupe Steria, C-386/14, EU:C:2015:524, punten 27 en 28)
voordeel inhoudt dat op goede gronden is voorbehouden aan ingezeten vennootschappen(cursivering Hof) gelet op de noodzaak de verdeling van de heffingsbevoegdheid tussen de lidstaten te behouden.”
Voor wat betreft [A] N.V. loopt het Duitse boekenonderzoek door de Belastingdienst nog steeds en kunnen wij dus nog niet aangeven welk verlies eventueel definitief verloren zal gaan”; dit terwijl nog diezelfde maand het BVerG arrest zou wijzen (zie 2.6). Belanghebbende heeft evenwel om haar moverende redenen geen rechtsmiddelen aangewend en lijkt daarmee de mogelijkheid van verliesverrekening in Duitsland te hebben verspeeld.