Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
1.316
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende werkte sinds 2010 voltijd bij een overheidsinstantie en had zich in 2013 als bedrijf ingeschreven, maar zonder omzet of klanten. De inspecteur legde voor 2014 een aanslag inkomstenbelasting op, die deels werd verminderd na bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de activiteiten van belanghebbende geen bron van inkomen vormden vanwege het ontbreken van een objectieve voordeelsverwachting, wat het hof bevestigde.
Het hof nam de feiten van de rechtbank over en stelde vast dat belanghebbende uitsluitend tijd besteedde aan studie en thuis oefenen met grafische software, zonder omzet te genereren. Ook het beroep op een vermeend advies van de Belastingtelefoon werd verworpen wegens gebrek aan bewijs en het ontbreken van een nadelige positie door het vertrouwen.
De uitspraak bevestigt dat zonder objectieve verwachting van voordeel en deelname aan het economische verkeer geen sprake is van een bron van inkomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in kosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.