Uitspraak
Procesverloop
Inhoud van het verzoekschrift
Beoordeling van het hoger beroep
artikelen 89, derde, vierde en zesde lid, en
90,
91en
93 van het Wetboek van Strafvorderingzijn van overeenkomstige toepassing.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin aan verzoeker een schadevergoeding werd toegekend wegens vrijheidsbeneming in het kader van een overleveringsprocedure op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
De overlevering werd geweigerd omdat de uitvaardigende lidstaat niet de garantie bood op een voldoende waarborgen omklede rechtsgang tegen een verstekvonnis. Verzoeker vorderde een vergoeding van €5.520 voor geleden schade en €830 voor gemaakte kosten van rechtsbijstand.
Het hof overweegt dat de toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 67 OLW Pro en artikel 591a Sv plaatsvindt op basis van billijkheid, zonder dat sprake hoeft te zijn van verwijtbaarheid van de Nederlandse Staat. De Nederlandse Staat wordt niet verweten, maar verzoeker heeft recht op vergoeding omdat de vrijheidsbeneming onterecht is geweest.
Het hoger beroep van het Openbaar Ministerie wordt afgewezen. Het hof bevestigt de vergoeding van €5.520 voor schade en €830 voor kosten van rechtsbijstand. Tevens wordt overwogen dat verzoeker zich tot de Poolse autoriteiten moet wenden voor eventuele compensatie daar, en dat dubbele vergoeding moet worden voorkomen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de toekenning van een schadevergoeding van €5.520 en een kostenvergoeding van €830 aan verzoeker.