ECLI:NL:GHAMS:2019:2617
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep vergoeding overleveringsdetentie op grond van artikel 67 Overleveringswet
Verzoeker werd in Nederland aangehouden op basis van een Pools Europees aanhoudingsbevel wegens een verstekvonnis tot 18 maanden gevangenisstraf. De overlevering werd geweigerd vanwege het ontbreken van garanties voor verzet of hoger beroep in Polen. Verzoeker vroeg op grond van artikel 67 Overleveringswet Pro (OLW) een schadevergoeding voor de ondergane overleveringsdetentie.
De rechtbank kende de vergoeding toe, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Het hof overwoog dat toekenning van schadevergoeding op grond van billijkheid berust en dat verwijtbaarheid van de Nederlandse Staat niet vereist is. Het internationale vertrouwensbeginsel leidt niet tot een absolute uitsluiting van vergoeding.
Het hof verwierp de grieven van het Openbaar Ministerie en bevestigde dat verzoeker zich tot de Poolse overheid moet wenden voor eventuele compensatie aldaar. Daarnaast kende het hof een vergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 591a Sv.
Het hoger beroep werd afgewezen en het hof beval de uitbetaling van in totaal €2.320 aan verzoeker.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de toekenning van een schadevergoeding van €1.490 en een vergoeding van €830 voor kosten rechtsbijstand aan verzoeker.