Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
5.963,03
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat zijn activiteiten in de handel in postzegels in 2015 als bron van inkomen moeten worden aangemerkt, zodat hij recht heeft op ondernemersfaciliteiten. De inspecteur betwistte dit en stelde dat geen redelijkerwijs te verwachten voordeel bestond.
Het Hof nam de feiten over de verkoop en inkoop van postzegels, de winst- en verliesrekeningen, en de verklaring van belanghebbende ter zitting in beschouwing. Het concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in 2015 met de handel in postzegels een objectieve voordeelsverwachting had. Met name was onduidelijk welke inkoopwaarde was toegerekend aan verkochte postzegels uit de oude verzameling, waardoor de winstberekening niet betrouwbaar was.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de voorlopige aanslag ZVW 2017 niet impliceerde dat belanghebbende voor 2015 als ondernemer werd aangemerkt. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de handel in postzegels in 2015 geen bron van inkomen vormde en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de handel in postzegels in 2015 wordt niet als bron van inkomen aangemerkt.