Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Feiten
.Als exporteur is vermeld [A bedrijf] , [B bedrijf] , [C bedrijf] of [D bedrijf] en als ontvanger is vermeld [E bedrijf] .
.Als exporteur is vermeld [B bedrijf] en als ontvanger is vermeld [F bedrijf] .
.Als exporteur is vermeld [G bedrijf] en als ontvanger is vermeld [H bedrijf] .
.Als exporteur is vermeld [I bedrijf] en als ontvanger is vermeld [F bedrijf] .
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
5.Beoordeling van het geschil
te verstrekkenaan belanghebbende. In casu heeft de inspecteur (hoewel daartoe niet gehouden) als bijlage bij zijn - door de rechtbank onder 10.1 t/m 10.4 genoemde - voornemens telkens de documenten verstrekt waarop hij zijn voornemens baseerde. Het ligt, zo volgt uit het arrest Ispas op de weg van belanghebbende om, indien zij dat wenst, toegang tot het (volledige) dossier te vragen. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende voorafgaand aan het opleggen van de utb’s heeft verzocht om inzage van haar dossier, zodat niet met vrucht kan worden betoogd dat haar informatie is onthouden. In het midden kan daarom blijven of het Mission Report van 24 juni 2014 op 17 juli 2014 al dan niet tot het heffingsdossier van de inspecteur behoorde. Nu belanghebbende voorts in de gelegenheid is gesteld om vooraf te worden gehoord (en van die gelegenheid ook gebruik heeft gemaakt) ziet het Hof, anders dan de rechtbank, geen grond om te oordelen dat het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging is geschonden.