Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2.Feiten
De grond is door de gemeente [plaatsnaam] in huur aangeboden en uitgegeven aan de Stichting [Y] . Betreffende het bedrijfspand; deze is in gezamenlijk eigendom van Stichting [X ] en de Stichting [Y]. De onderlinge samenwerking wordt bevestigd door de inschrijving in het register van de kamer van Koophandel. E.e.a. wordt bevestigd in het uittreksel van de Stichting [Y] , KvK nummer [xxx].”
Er is geen overeenkomst tussen Stichting [X ] en Stichting [Y] , inzake huur/verhuur van de [a straat].”
Er is geen tekening gemaakt van de situatie. Enkel de schriftelijke huurovereenkomst.”
- het complex [a straat] is aangemerkt als industriegebied voor kleinschalige bedrijven, startende ondernemers en voor ondernemers die als gevolg van stadsvernieuwing verplaatst dienen te worden;
(…)
zijn overeengekomen dat verhuurster aan huurder (…) verhuurt een stuk grond (…) met als bestemming het op de ondergrond plaatsen en gedurende de huurtijd behouden van een damwandprofielenloods met zadeldak, voor het hierin vestigen van een plaatwerkerij/autoherstelbedrijf, (…)”.
Hiervan bedraagt 50% € 15.019,50. De voor dit jaar opgelegde boete bedraagt € 12.023.
Hiervan bedraagt 50% € 19.255,50. De voor dit jaar opgelegde boete bedraagt € 12.729.
Hiervan bedraagt 50% € 20.149. De voor dit jaar opgelegde boete bedraagt € 12.953.
Hiervan bedraagt 50% € 17.368,50. De voor dit jaar opgelegde boete bedraagt € 12.295.
De na vermindering opgelegde boeten bedragen tezamen € 50.000.
3.Geschil in hoger beroep
hoogte van deze boeten.
4.4. Beoordeling van het geschil
De overeengekomen huurprijs is volgens belanghebbende volledig in overeenstemming met de prijs van kantoorpanden, zoals die van [buurt].
Ook de afwikkeling van de brandschade, waarvan de stukken door hem in eerste aanleg zijn overgelegd, bevat volgens de inspecteur geen enkele aanwijzing dat het pand als kantoor in gebruik is geweest.
Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat de aard van belanghebbendes onderneming, het verrichten van interim-management ten behoeve van (vooral) de publieke sector, waarbij kantoor/werkruimte – zoals de inspecteur niet weersproken heeft gesteld – door de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld, geen enkele relatie heeft met het huren van een loods.
De enkele stelling dat het adres van de loods op de website van belanghebbende en in facturering door belanghebbende is gebruikt, acht het Hof, gelet ook op de uitvoerige weerspreking van het gestelde zakelijk gebruik door de inspecteur, niet voldoende onderbouwd, voor zover uitsluitend die functie al tot enige aftrek zou hebben te leiden. Belanghebbende heeft op dit punt geen nader of subsidiair standpunt ingenomen.
Aan een beoordeling van de hoogte van de aan belanghebbende in rekening gebrachte huur komt het Hof dan niet toe.
In totaal zou de boete over de jaren 2011 tot en met 2014 € 71.792,50 hebben bedragen. Daarvan uitgaande heeft de inspecteur de boete verder gematigd tot in totaal € 50.000, zoals blijkt uit hetgeen is vermeld onder 2.4.1 tot en met 2.4.5.
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, uitsluitend voor zover het de beslissing inzake de
boetebeschikkingen betreft;
- verklaart de beroepen in zoverre gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, uitsluitend voor zover het de
boetebeschikkingen betreft;
- stelt de vergrijpboete voor het jaar 2010 vast op € 10.820;
- stelt de vergrijpboete voor het jaar 2011 vast op € 11.456;
- stelt de vergrijpboete voor het jaar 2013 vast op € 11.065,
- gelast dat de inspecteur de door belanghebbende betaalde griffierechten van in totaal
€ 172 (rechtbank € 46; Hof € 126) aan belanghebbende betaalt.