Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] ,
[appellant sub 2] ,
[appellante sub 3] ,
[appellant sub 4] ,
[appellant sub 5] ,
[appellante sub 6] ,
[appellant sub 7] ,
[appellant sub 8] ,
[appellant sub 9] ,
[appellante sub 10] ,
Gerechtshof Amsterdam
Tien huurders vorderden terugbetaling van € 302,50 per persoon wegens onredelijke bedingen in hun huurovereenkomst met verhuurder Camelot Beheer B.V. De kantonrechter wees deze vorderingen toe. Camelot stelde hoger beroep in tegen het vonnis, maar het hof verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk.
Het hof overwoog dat de vorderingen van de huurders elk afzonderlijk onder de appelgrens van € 1.750,- blijven en dat de verklaring voor recht geen zelfstandige waarde vertegenwoordigt. Volgens vaste rechtspraak mogen vorderingen van verschillende eisers niet worden opgeteld voor de appellabiliteit. De door Camelot ingestelde vordering tot verklaring voor recht in hoger beroep is een vordering in reconventie die niet toelaatbaar is.
Het hof concludeerde dat de kantonrechter terecht oordeelde dat de vorderingen niet appellabel zijn en dat Camelot niet in hoger beroep kan worden ontvangen. Camelot werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van de appelgrens bij cumulatie van vorderingen van meerdere eisers en de beperkte zelfstandige betekenis van verklaringen voor recht in dit kader.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van verhuurder niet-ontvankelijk wegens het niet overschrijden van de appelgrens door individuele vorderingen.