Uitspraak
mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag,
mr. R.J. Bakker, kantoorhoudende te Naarden,
mr. H.B. de Regt, kantoorhoudende te Alkmaar.
Het verloop van het geding
- verzoekster als [A] ;
- verweerster als [B] ;
- belanghebbende als [C] ;
- [D] als [D] ;
- [E] als [E] ;
- ing. J.A.H. Overing MBA als Overing;
- W.R. Küh als Küh;
- mr. H.C. den Hollander als Den Hollander.
De feiten
De besluiten die goedkeuring moeten krijgen als bedoeld in artikel 9 van Pro de statuten en zoals deze blijken uit de uitnodiging voor de vergadering worden goedgekeurd”.
is een verlieslatende organisatie;
lopen achter ten opzichte van branchegegevens;
vertonen een dalende trend;
is negatief;
worden geherwaardeerd tegen directe opbrengstwaarde dan voldoet het geherwaardeerde eigen vermogen van[ [B] ]
niet aan de normatieve minimumvereiste;
is afhankelijk van de voortzetting van de financiering door de Rabobank Kop van Noord-Holland en de twee aandeelhouders van[ [B] ]
;
gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van[ [B] ]
is nihil. Deze conclusie is gebaseerd op de Discounted Cash Flow methode (…).
3.De gronden van de beslissing
voorafgaandaan bepaalde besluiten wordt gevraagd. De groene veiling (op het niveau van een dochteronderneming) is een beleidskeuze geweest naar aanleiding van het overlijden van één van de twee zonen van [D] die de onderneming zouden voortzetten; met de groene veiling is juist beoogd de onderneming toekomstbestendig te maken en het besluit daartoe is besproken met Küh en Overing en afgestemd met de Rabobank. De bankschuld kon als gevolg daarvan aanzienlijk worden teruggebracht. In de periode tussen 2014 en 2017 is drie jaar op rij winst geboekt. De verliezen over 2017 en 2018 zijn beperkt, niet structureel en zijn deels ook veroorzaakt door externe factoren; over 2019 wordt weer een winst verwacht. [B] heeft met Küh afspraken gemaakt over de frequentie van de vergaderingen van aandeelhouders; Küh krijgt tijdig de vergaderstukken toegezonden. [B] heeft ook Smeets geen informatie onthouden en evenmin onjuist geïnformeerd.
in elke stand van het geding”) worden verzocht zonder dat daarvoor een nieuw enquêteverzoek nodig is. [A] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.