ECLI:NL:GHAMS:2020:988
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen inzake vrijstelling motorrijtuigenbelasting voor vrijwilligersvervoer
Belanghebbende, een stichting die een personenauto inzet voor vrijwilligersvervoer van gehandicapten, verzocht om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting op grond van artikel 72, eerste lid, onderdeel n, van de Wet MRB. De inspecteur wees dit verzoek af omdat belanghebbende niet als ondernemer in de zin van de Wet omzetbelasting werd aangemerkt.
Na afwijzing van bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de vrijstelling niet van toepassing is omdat belanghebbende geen ondernemer is en geen vergunning heeft volgens de Wet personenvervoer 2000.
Het hof verwierp tevens het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat vrijstellingen jaarlijks worden beoordeeld en belanghebbende geen recht kan ontlenen aan eerdere, mogelijk onterecht verleende vrijstellingen. De uitspraak bevestigt dat zonder ondernemerschap en vergunning geen vrijstelling kan worden toegekend, ondanks het vrijwilligerskarakter van het vervoer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling motorrijtuigenbelasting bevestigd.