Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hij is steeds enig aandeelhouder van [Y] B.V. geweest en heeft daarin dus een aanmerkelijk belang gehad.
In de uitspraak op bezwaar is van deze gegevens uitgegaan en is de verkrijgingsprijs van de echtgenoot voor zijn aanmerkelijk belang in [Y] B.V. op € 9.076 gesteld.
Koopsom(…)
3. Een gedeelte van de koopsom ten bedrage van (…) € 419.424,00 (…) wordt voldaan door overneming van de schuld in rekening-courant die de verkoper heeft aan de vennootschap ten bedrage van (…) € 419.424,00 (…).”
(…)
Uit verstrekte informatie blijkt dat uw echtgenoot op 19 december 2011 uw 100% belang in [[Y] BV] heeft verkocht aan [Z]. De prijs voor aandelen bedroeg
€ 419.425. Dat bedrag zou betaald moeten worden door overname van de vordering ad
€ 419.424 van [[Y] BV] op uw echtgenoot en daarnaast betaling van € 1.
(…)
Uit de verstrekte balans van [[Y] BV] blijkt dat er op het moment van verkoop sprake is van een rekening courant met de directeur grootaandeelhouder (met uw echtgenoot) ter grootte van € 419.424. daarnaast heeft de B.V. nog een pensioenverplichting op de balans staan van 52.699. Uit de pensioenbrief blijkt dat uw echtgenoot de verzekerde persoon is.
(…)
Ondanks dat (…) uw echtgenoot zijn aandelen [[Y] BV] heeft verkocht voor een prijs van € 419.425 heeft hij in zijn aangifte geen melding gemaakt van een aanmerkelijk belangwinst.
De aanmerkelijk belangwinst heb ik vastgesteld op € 366.725, zijnde het verkoopbedrag verminderd met het bedrag dat wordt aangemerkt als afkoop pensioen.
Nu uw fiscale partner [X] en u geen keuze hebben gemaakt om eventuele gezamenlijke inkomensbestanddelen aan een van beiden toe te delen,
Dit houdt in dat u een correctie inkomen uit aanmerkelijk belang krijgt van € 183.362.
Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2)
Het aangegeven voordeel uit aanmerkelijk belang € 0
Totaalbedrag van de afwijking(en)
€ +183.362Vastgesteld belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang € 183.362”
(…)
18. In de jaarstukken van [Y] BV alsmede in de door [de toenmalig adviseur] verzorgde aangiften vennootschapsbelasting (vanaf 2006) staan de opgenomen gelden geadministreerd als “vordering aandeelhouder”.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van de rechtbank
Niet doen van de vereiste aangifte; omkering en verzwaring van de bewijslast
5.Beoordeling van het geschil
De kennis van [de toenmalig adviseur] dient bij de toetsing van de vraag of belanghebbende ten tijde van het doen van de aangifte wist of zich ervan bewust moest zijn dat door het niet aangeven van dit inkomen uit aanmerkelijk belang een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. Het staat buiten kijf dat een professioneel belastingadviseur zich ervan bewust diende te zijn dat dit inkomen uit aanmerkelijk belang in de aangifte diende te worden vermeld. Overigens diende ook belanghebbendes fiscaal partner [X] zich hiervan ten tijde van het doen van de aangifte bewust te zijn, zo stelt de inspecteur.
Voorts geldt als waarborg dat, indien de vereiste aangifte niet is gedaan, het alsdan (schattenderwijs) vaststellen van de hoogte van het belastbare inkomen (mede) wordt begrensd door het verbod van willekeur. Dat de inspecteur bij de vaststelling van het belastbare inkomen in strijd heeft gehandeld met het willekeurverbod is overigens niet door belanghebbende gesteld. Het Hof verwijst op dit punt naar hetgeen in 2.5.1 is vermeld, met dien verstande dat de inspecteur aanvankelijk en ten onrechte nog geen rekening had gehouden met de verkrijgingsprijs van de aandelen in [Y] BV (zie onder 2.5.2). Op dit punt volgt het Hof hetgeen de rechtbank heeft overwogen in onderdeel 29 van haar uitspraak.
€ 419.424, waarvan volgens belanghebbende € 175.129 in 2011 is opgenomen vóór eind oktober 2011, waarna de echtgenoot van belanghebbende metterwoon naar Nederland is teruggekeerd.
Volgens belanghebbende is € 28.039 opgenomen in de periode in 2011 dat haar echtgenoot weer in Nederland woonde [
Hof:zie hierover onder 5.3.1].
Voorts stelt de inspecteur dat, zelfs als zou worden aangenomen dat belanghebbendes echtgenoot door de jaren heen – in plaats van opnamen ten titel van rekening-courant – dividend zou hebben genoten, belanghebbendes echtgenoot ook dan nog steeds in 2011 een winst uit aanmerkelijk belang heeft genoten ter grootte van € 410.348 (= € 419.424 -/- € 9.076) uit hoofde van de vervreemding van de aandelen [Y] BV.
6.Kosten
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.