ECLI:NL:GHAMS:2021:2587
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over rechtsgeldigheid en omvang van loonbeslag door LBIO bij werkgever
LBIO legde op 12 oktober 2018 executoriaal derdenbeslag op het loon van [werknemer], in dienst bij [X BV], wegens achterstallige alimentatie. [X BV] betwistte de rechtsgeldigheid van het beslag en de omvang van de af te dragen bedragen. De kantonrechter wees de vordering van LBIO toe, maar [X BV] ging in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat het beslag rechtsgeldig is gelegd, ondanks dat het exploot aan een persoon is betekend die geen werknemer van [X BV] was, omdat deze persoon aannemelijk het exploot tijdig aan [X BV] heeft overhandigd. De stelling dat de verplichting van [X BV] eindigt zodra zij geen loon meer aan [werknemer] verschuldigd is, wordt bevestigd door het hof.
Daarnaast wijst het hof het verweer af dat een fiscale vordering de verplichtingen van [X BV] jegens LBIO beëindigt, omdat geen beslag van de fiscus is gelegd. Ten slotte acht het hof het debat over de juiste beslagvrije voet onvolledig en stelt partijen in de gelegenheid om hier nader bewijs en reacties op te geven. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtsgeldigheid van het loonbeslag en verwijst de zaak terug voor nadere vaststelling van de beslagvrije voet en af te dragen bedragen.