ECLI:NL:GHAMS:2020:61
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest in hoger beroep inzake inning onderhoudsbijdragen
In deze zaak heeft appellante, een besloten vennootschap, hoger beroep ingesteld tegen een vonnis in een procedure met het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen als geïntimeerde. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 14 januari 2020 een tussenarrest gewezen waarin het een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast. Het doel van deze behandeling is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen.
Partijen worden verplicht in persoon of via een vertegenwoordiger die bevoegd is tot het aangaan van een schikking, samen met hun advocaten te verschijnen voor de raadsheer-commissaris mr. F.J. Verbeek. Daarnaast is bepaald dat partijen binnen twee weken hun verhinderdagen voor de eerstkomende vier maanden moeten opgeven, waarna de datum van de mondelinge behandeling zal worden vastgesteld. Tevens moet appellante binnen vier weken het volledige procesdossier indienen bij het hof.
De stukken waarop partijen een beroep willen doen, moeten uiterlijk twee weken voor de mondelinge behandeling worden overgelegd aan het hof en de wederpartij. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan totdat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. Dit arrest is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling en houdt verdere beslissing aan.