Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] en
[appellant sub 1],
1.[geïntimeerde sub 1] en
[geïntimeerde sub 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
bomen met een dwarsdoorsnede van minder dan 20 cm op[lees; hof]
1,30 m boven het maaiveld, (…)
3.Beoordeling
grief 1komen [appellant sub 1] c.s. op tegen het in overweging 4.4 van het bestreden vonnis neergelegde oordeel van de rechtbank dat de bomen 4 en 5 zich buiten een afstand van 0,5 meter van de perceelsgrens bevinden.
grieven 3 tot en met 6komen [appellant sub 1] c.s. op tegen de afwijzing door de rechtbank van hun vordering tot verwijdering van de spar en de den. Deze grieven kunnen gezamenlijk worden behandeld. Daarnaast hebben [appellant sub 1] c.s. in hoger beroep hun eis aldus gewijzigd dat zij subsidiair vorderen dat [geïntimeerde sub 1] c.s. uitvoering geven aan een door een onafhankelijke deskundige (met betrekking tot deze twee bomen) vastgesteld snoeiplan.
ter onderbouwing van hun verweer dat de bomen niet verhinderen dat [appellant sub 1] c.s. gedurende de hele dag zonlicht in hun tuin hebben. [appellant sub 1] c.s. hebben, zo stelt de rechtbank vast, op deze foto’s niet meer inhoudelijk gereageerd.”
vanaf de achtergevel tot en met het zitgedeelte (…) ondervindt schaduw tussen 9 en 11 uur ’s ochtends behalve in de maanden mei, juni en juli (hoogste zonnestand). In de wintermaanden neemt de schaduw van de bomen dus toe aan de achtergevel. Meer dan de helft van de tuin ondervindt veel meer schaduw vanwege de bomen. (…) In de delen van de tuin waar veel schaduw aanwezig is zal de temperatuur op zonnige dagen enkele graden lager liggen dan de delen die meer in de zon liggen.”
grief 7, die betrekking heeft op de door de rechtbank ten laste van [appellant sub 1] c.s. uitgesproken kostenveroordeling.