Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
3. Oordeel van de rechtbank
3. Volgens eiser is hij niet op een juiste en zorgvuldige wijze in de gelegenheid gesteld om alsnog de bezwaargronden in te dienen. Hij heeft verweerder verzocht om hem de stukken toe te zenden, maar aan dat verzoek heeft verweerder niet voldaan. Volgens eiser kon hij daarom geen bezwaargronden formuleren. Hij heeft dat ook meegedeeld aan verweerder in een brief van 21 februari 2017, maar daar heeft verweerder niet op gereageerd.
4. De rechtbank is het niet met eiser eens. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij niet verplicht is om de stukken aan eiser toe te zenden. Een dergelijke verplichting vloeit niet voort uit artikel 7:4 van Pro de Awb. Artikel 7:4, tweede lid, van de Awb bevat alleen een verplichting om de stukken ter inzage te leggen gedurende ten minste een week voor de hoorzitting. Aan deze verplichting heeft verweerder voldaan en verweerder heeft eiser van de ter inzage legging op de hoogte gesteld in de per aangetekende post verzonden brief van 23 februari 2017.
6. Eiser heeft vervolgens geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om de stukken in te zien en was evenmin bereikbaar voor een telefonische hoorzitting. In de aangetekend verzonden brief van 8 februari 2017 is eiser in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen de bezwaargronden in te dienen. Nu eiser van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, heeft verweerder in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Van een onzorgvuldige handelwijze door verweerder is geen sprake.”
5. Beoordeling van het geschil
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.