Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
(gemachtigde mr. drs. J.M.C. Niederer)
Gerechtshof Amsterdam
De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar zonder bezwaargronden te vermelden en verzocht om toezending van alle zaakstukken voorafgaand aan een hoorzitting. De heffingsambtenaar verwees naar het passieve inzagerecht conform artikel 7:4 Awb Pro en stelde belanghebbende in de gelegenheid de stukken in te zien.
Belanghebbende maakte geen gebruik van de inzagemogelijkheid en diende geen bezwaargronden in. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat belanghebbende niet binnen de gestelde termijn de gronden had aangeleverd. Het hof onderschreef dit oordeel en benadrukte dat in de bezwaarfase slechts een passief inzagerecht geldt, terwijl de verplichting tot toezending van stukken aan de rechter pas in de beroepsfase geldt.
Het hof concludeerde dat de heffingsambtenaar niet onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.