Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding na verwijzing door de Hoge Raad
2.Feiten
gemiddelde(cursivering hof) externe productieomstandigheden een aftrek of een toeslag wordt toegepast (artikel 2 lid Pro 6). Met betrekking tot kavel [kadasternummer 2] is een aftrek gegeven van in totaal ƒ 30 per hectare wegens de excentrische ligging ten opzichte van de boerderij en de kavelvorm. Op kavel [kadasternummer 1] is een aftrek vanwege ‘gerende vorm’ gegeven van ƒ 15 per hectare. De Staat heeft op basis van voornoemde berekening de canon verhoogd naar (inclusief verrekening waterschapslasten) ƒ 27.394 (afgerond € 12.431) per jaar. Hierna wordt de canon telkens vermeld met inbegrip van verrekening van de waterschapslasten.
13. Verkaveling
(…)
16. Bijzonderheden
e.p’ (externe productieomstandigheden) naar ƒ 105 per hectare. In het advies is niet met zoveel woorden vermeld op basis van welke omstandigheden de deskundigen tot deze aftrek zijn gekomen. De totale hoogte van de canon is bepaald op ƒ 38.663 (afgerond € 17.544,50).
‘Tijdens uw gesprek met de heer de heer [naam 2] op 9 januari 2006 heeft de excentrische ligging van uw erf en gebouwen ten opzichte van de cultuurgrond de doorslag tot dit besluit gegeven. U moet onevenredig veel gebruik maken van de openbare weg ( [straatnaam] ), terwijl tegelijkertijd deze weg door de jaren heen een steeds hoogwaardiger karakter heeft gekregen vanwege de toegang tot het vliegveld en andere belangrijke voorzieningen. Dit gaat voor u gepaard met aanzienlijke hogere bedrijfskosten (milieumaatregelen). (...)’.
Canon’, is het volgende opgenomen:
(…) (ik) heb (…) toegezegd dat na expiratie van de 40-jarige erfpachtrechten op ca. 19.000 ha cultuurgrond van de Staat heruitgifte zal plaatsvinden tegen marktconforme voorwaarden. In de opdracht aan de commissie [A.] (…) is vermeld dat de canon – evenals de overige voorwaarden – marktconform worden bepaald overeenkomstig de in de markt geldende praktijk. Het op dit punt door de commissie [A.] gegeven advies acht ik juist. Voor een nadere toelichting verwijs ik naar bijlage 3.’
De koppeling van de canons aan de lage pachtprijzen, in combinatie met het feit dat erfpachters, in tegenstelling tot pachters, hun recht kunnen vervreemden op de vrije markt en hun financieringsruimte kunnen vergroten door op dat recht hypotheek te vestigen, heeft in de praktijk geleid tot grote vermogensvoordelen voor de erfpachters.
3.Beoordeling
voordelen die sommige percelen bieden ten opzichte van andere percelen binnen dezelfde regio. De afwezigheid van specifiek beleid voor dit soort gevallen kan de Staat ook niet worden verweten nu is komen vast te staan dat er geen andere verzoeken tot aanpassing van de uit het 1997-Beleid voortvloeiende erfpachtprijzen zijn gedaan die daartoe aanleiding hadden moeten geven. Dat, zoals [appellant] nog heeft gesteld, hem na introductie van het nieuwe beleid binnen het lopende contract nog steeds korting is toegezegd en gegeven, leidt niet tot een andere conclusie omdat conform het nieuwe beleid de nieuwe regels pas na afloop van het lopende contract, namelijk bij de heruitgifte, zouden worden toegepast. Niet is komen vast te staan dat de Staat [appellant] een verdergaande toezegging heeft gedaan. [appellant] heeft uit de brief van de Staat van 19 september 2013 bovendien moeten begrijpen dat na afloop van het lopende erfpachtcontract een nieuwe situatie zou ontstaan, waarin een geheel nieuw erfpachtcontract op nieuwe voorwaarden zou kunnen worden aangeboden en waarbij een marktconforme canon zou worden voorgesteld. Daaruit heeft hij ook moeten afleiden dat niet zeker was of de eerder verleende kortingen zouden worden toegepast.