Uitspraak
Inleiding en relevante feiten en omstandigheden
- Op 10 november 2015 hebben de ouders van de verdachte de blote eigendom van hun vakantiewoning in Portugal aan de verdachte en zijn zus geschonken. De ouders behielden het vruchtgebruik van de woning. De waarde van de blote eigendom is bepaald op € 254.040,08 en de totale waarde van de woning op € 423.400,13.
- Op 2 december 2015 heeft de vader van de verdachte – gebruikmakend van de bankrekening van [stichting 1] ( [stichting 1] ) – twee auto’s gekocht, een Audi A4 ( [kenteken 2] 1) voor een bedrag van € 25.445,00 en een Volkswagen Polo ( [kenteken 1] ) voor een bedrag van
- Op 2 mei 2016 heeft [bedrijf 1] B.V. aan zowel de verdachte als zijn zus € 21.000,00 betaald als waarborgsom in verband met de verkoop (aan [bedrijf 1] B.V.) van de vakantiewoning in Portugal (10% van de aankoopprijs). Deze verkoop vond plaats op verzoek van vader [naam 1] .
- Op 17 mei 2016 zijn de ouders van de verdachte, [naam 1] en zijn echtgenote, door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in staat van faillissement verklaard. De verdachte en zijn zus waren daarmee bekend.
- Op 6 juni 2016 heeft [bedrijf 1] B.V. in totaal € 378.000,00 overgemaakt naar een Portugese bankrekening op naam van [naam 2] , gelijk aan de resterende 90% van de aankoopprijs van de vakantiewoning in Portugal.
- Op 28 juni 2016 hebben de verdachte en zijn zus de vakantiewoning aan [bedrijf 1] B.V. verkocht en geleverd.
- Op 4 juli 2016 hebben de verdachte en zijn zus ieder € 126.627,64 van genoemde Portugese bankrekening ontvangen in verband met de verkoop van voornoemde vakantiewoning.
- Op 19 respectievelijk 18 juli 2016 hebben de verdachte en zijn zus op verzoek van hun vader ieder € 125.000,00 overgemaakt naar de bankrekening van [stichting 2] ( [stichting 2] ) onder vermelding van “obligatie 5”.
- Op 9 september 2016 heeft de enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] B.V., [naam 3] , in totaal € 110.000,00 overgemaakt naar zijn privérekening.
- Op 30 september 2016 hebben de verdachte en zijn zus ieder 50% van de aandelen in [bedrijf 1] B.V. geleverd gekregen. Zij werden beiden ingeschreven als bestuurder van de vennootschap, die op hun privéadres kwam te staan. Dit alles vond plaats op verzoek van vader [naam 1] . Verdachte en zijn zus hebben geen werkzaamheden voor de vennootschap verricht.
- Op 6 december 2016 heeft [bedrijf 1] B.V. een hypothecaire lening gesloten van € 500.000,00 met [naam 4] . De verdachte heeft hiervoor bij de notaris getekend namens [bedrijf 1] B.V.
- Op 8 en 12 december 2016 heeft [bedrijf 1] B.V. in totaal € 200.000,00 overgemaakt naar een bankrekening van de verdachte (eindigend op - [nummer 1] ), met als omschrijving “parkeren”. Dit parkeren gebeurde op verzoek van vader [naam 1] . De verdachte heeft vervolgens in totaal
- [nummer 4] ).
Vrijspraak impliciet primair tenlastegelegde (medeplegen van) opzetwitwassen
Bewijs impliciet subsidiair tenlastegelegde schuldwitwassen
– waar hij niet de vrije beschikking over had – ten opzichte van hem in een te ver verwijderd verband om hem daarvan een strafrechtelijk verwijt in de vorm van schuldwitwassen te maken.
mr. [advocaat] , advocaat, en [accountant] , accountant. De aandelenoverdracht is bij een notaris getekend. De verdachte mocht er daarom op vertrouwen dat de overdracht van de aandelen juridisch was beoordeeld en akkoord was bevonden. In het licht van deze omstandigheden dient de verdachte in zoverre het voordeel van de twijfel te krijgen.
mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
5 december 2023.
Een proces-verbaal van ambtshandeling, beschrijving rol verdachte [verdachte] , van5 juli 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (AMB-002, p. 001004-001019).
[Opmerking hof: circa 10% van de aankoopprijs van de volle eigendom van € 423.400,13].
Een proces-verbaal van ambtshandeling, beschrijving rol verdachte [medeverdachte] , van 5 juli 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (AMB-003, p. 001028).
[Opmerking hof: dit betreft het hierna opgenomen DOC-045].
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] van 26 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1] (V-02-01, p. 002001-002010).
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte] van 23 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1] (V-03-01, p. 002011-002020).
[Opmerking hof: dit betreft het hierna opgenomen DOC-018]. We zien op de print dat er op 9 december 2016 € 100.000 en op 12 december 2016 € 50.000 wordt overgemaakt naar [rekeningnummer 2] tnv [medeverdachte] .
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2023.
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam 1] van 7 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren[verbalisant 1] en [verbalisant 3] (DOC-027, p. 003165).
.
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam 1] van 7 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren[verbalisant 1] en [verbalisant 3] (DOC-034, p. 003195-003201).
[Opmerking hof: dit betreffen de hierna opgenomen prints DOC-014, -015 en -016].Samengevat zien we op bovengenoemde prints van uw zoon het volgende. Er wordt € 200.000 overgeboekt van [bedrijf 1] BV naar de bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van uw zoon. Vervolgens wordt € 195.000 vanaf deze bankrekening overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 5] eveneens ten name van uw zoon. Vanaf deze rekening gaat € 150.000 weer terug naar [rekeningnummer 1] ten name van uw zoon. Daarna wordt €150.000 vanaf deze bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van uw zoon overgeboekt naar [rekeningnummer 4] te name van uw zoon. Al die boekingen hebben plaats binnen het tijdsbestek van 8 december 2016 tot en met 24 januari 2017. Waarom vinden deze overboekingen plaats?)
[Opmerking hof: dit betreft het hierna opgenomen DOC-018]. Wij zien op de print dat op de bankrekening van uw dochter op 9 december 2016 € 100.000 wordt bijgeschreven en op 12 december 2016 50.000. De overboekingen zijn afkomstig van bankrekening [rekeningnummer 7] ten name van [bedrijf 1] . Wat kunt u hierover verklaren?)
Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 4] van 4 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren[verbalisant 4] en [verbalisant 5] (DOC-035, p. 003202-003205).
Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam 3] van 4 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1] (DOC-032, p. 003188).
Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [verdachte] van 5 januari 2017 (DOC-014, p. 3048-3051).
Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [verdachte] van 6 februari 2017 (DOC-015, p. 3052-3055).
Een geschrift, te weten een transactieoverzicht van bankrekening [rekeningnummer 2] ten name van [medeverdachte] (DOC-018, p. 003059-003074).
Een geschrift, te weten een overzicht van bankrekening [rekeningnummer 2] ten name van [medeverdachte] (DOC-045, p. 3249).
14.Een geschrift, te weten een uittreksel RDW Voertuiggegevens van 22 maart 2017(DOC-005, p. 3008).
15.Een geschrift, te weten een uittreksel RDW Voertuiggegevens van 22 maart 2017(DOC-004, p. 003007).
Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 10] ten name van [stichting 1] (DOC-309 van aanvullende stukken uit het dossier van onderzoek Monte Titano I, p. 007367).