Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een verhuurder en huurders over de beëindiging van een huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik. Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter dat haar vorderingen tot beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde had afgewezen.
Het hof stelt vast dat de grieven van appellante niet betrekking hebben op het vonnis waarvan beroep, maar op een ander vonnis, waardoor zij niet ontvankelijk is in het hoger beroep. Daarnaast overweegt het hof ten overvloede dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van dringend eigen gebruik in de zin van artikel 7:274 lid 1 aanhef Pro en sub c BW. Ook blijkt niet dat de huurders andere passende woonruimte kunnen verkrijgen.
Het hof bevestigt daarmee de afwijzing van de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst en veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep. Een veroordeling in de daadwerkelijke proceskosten wordt niet toegewezen omdat geen misbruik van procesrecht is vastgesteld.
Uitkomst: Appellante wordt niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.