Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2016 naar een met een verzamelinkomen van € 117.867, waarin begrepen een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 31.908 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 85.959;
- bepaalt dat de belastingrente dienovereenkomstig verminderd wordt;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de uitspraak op bezwaar:
- wijst het verzoek van eiser tot het toekennen van een schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 134,50;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden tot een bedrag van €48.”
2.Feiten
Feiten1. Eiser is in 2016 woonachtig en in het Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven in [Z] , Nederland. Hij heeft in 2016 een relatie met [A] , woonachtig en in het BRP ingeschreven te [plaats] .
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Geschil8. Allereerst is in geschil of eiser en [A] in 2016 als fiscale partners kunnen worden aangemerkt. Eiser stelt dat dit niet het geval is, al dan niet met een beroep op dwaling wat betreft het aangaan van het geregistreerd partnerschap. Eiser stelt dat op die grond de woning [A-straat] 8-A-2 te [Z] als zijn eigen woning dient te worden aangemerkt (box 1). Op die grond zou het box 3 vermogen met € 371.500 verlaagd moeten worden. Daarnaast bepleit eiser een lagere waarde per 1 januari 2016 voor de volgende bezittingen bij het vaststellen van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen:
- een lagere waarde voor de investering in [bedrijf 1] en een lagere waarde voor de investering in [bedrijf 2] N.V. vanwege het incourant en niet of moeilijk verhandelbaar zijn van deze investeringen waardoor 20% respectievelijk 10% afslag zou moeten worden toegepast;
- een € 185.947 lagere waarde voor de investering in [bedrijf 3] N.V. vanwege het incourant en niet of moeilijk verhandelbaar zijn van deze investeringen waardoor 30% afslag zou moeten worden toegepast;
- het buiten aanmerking laten van een bedrag van € 4.000 op een bankrekening van eiser bij ASN-bank omdat dit saldo tot het ondernemingsvermogen van zijn eenmanszaak gerekend zou zijn en moeten worden.
a. de echtgenoot;
b. de ongehuwde meerderjarige persoon waarmee de ongehuwde meerderjarige belastingplichtige een notarieel samenlevingscontract is aangegaan en met wie hij staat ingeschreven op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland.
[…]
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een persoon die van tafel en bed is gescheiden, aangemerkt als ongehuwd. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit lid.
4. In afwijking van het eerste lid wordt een persoon niet meer als partner aangemerkt ingeval:
a. een verzoek, zoals bedoeld in artikel 150, respectievelijk 169 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek tot echtscheiding, respectievelijk tot scheiding van tafel en bed is ingediend, en
b. hij niet meer op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland staat ingeschreven als de belastingplichtige.”
“Bepalingen van de belastingwet die rechtsgevolgen verbinden aan het aangaan, het bestaan, de beëindiging of het beëindigd zijn van een huwelijk zijn van overeenkomstige toepassing op het aangaan, het bestaan, de beëindiging onderscheidenlijk het beëindigd zijn van een geregistreerd partnerschap.”
“1. Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar:
a. (…)
b. (…)
c. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.
2. De vernietiging kan niet worden gegrond op een dwaling (…) die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.”
Partners met meer dan één woning die als hoofdverblijf kan worden aangemerkt, komen slechts voor één van die woningen in aanmerking voor de eigen woningregeling. Zij moeten in dat geval gezamenlijk bij de aangifte van één van de partners kiezen voor welke woning zij de faciliteit willen genieten. De aangifte die het eerste bij de belastingdienst binnenkomt, is doorslaggevend. Het uitgangspunt dat de aangifte die het eerste binnenkomt wordt gevolgd, is van zuiver praktische aard. Het voordeel zowel voor de belastingplichtige als voor de belastingdienst is dat de afhandeling van de aangifte van de belastingplichtige terstond ter hand kan worden genomen zonder dat eerst de ontvangst van de aangifte van de partner behoeft te worden afgewacht. Indien partners in hun eigen aangiften niet gezamenlijk een woning kiezen, betekent dat in wettelijke termen geen zij geen keuze hebben gemaakt en derhalve geen van de woningen als hoofdverblijf wordt aangemerkt.”
NV, Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 7, p. 187.
.23. Volgens de door deze entiteiten verstrekte jaaropgaves hebben deze bezittingen per 1 januari 2016 een waarde van € 20.000 ( [bedrijf 1] ) respectievelijk € 37.225 ( [bedrijf 2] N.V.). Eiser heeft ter zitting bepleit dat hij de waarde per 1 januari 2016 op 80% ( [bedrijf 1] ) respectievelijk 90% ( [bedrijf 2] N.V.) daarvan mag bepalen vanwege de beperkte verhandelbaarheid en het hoge risico van deze bezittingen.
€ 0,92056 per 1 januari 2016 de door eiser gehouden 5.033 aandelen [bedrijf 3] N.V. op 1 januari 2016 een intrinsieke waarde hebben van € 602.313.
”
5.Beoordeling van het hoger beroep
Aanvulling’) overweegt het Hof als volgt.
7.Beslissing
J-P.R. van den Berg, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.