Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- in het incident(artikel 223 Rv Pro) de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis zal schorsen, althans zo lang in de bodemzaak nog niet is beslist, de tenuitvoerlegging zal verbieden, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten en
- in de hoofdzaakalsnog de incidentele vordering van de vrouw zal afwijzen, en (bij wege van aanvullende reconventionele eis) zal verklaren voor recht dat de man aan zijn verplichting krachtens het incidentele vonnis heeft voldaan althans voor zover hij daaraan gehouden kan worden, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten in beide instanties.
3.Feiten
4.Eerste aanleg
- de jaarrekening 2017 van [bedrijf 1] . of een vergelijkbaar stuk;
- de jaarrekening 2017 van [bedrijf 2] of een vergelijkbaar stuk;
- een opgave van het onroerend goed, dat op de peildatum 2017 in het bezit van de man was;
- een opgave van het vermogen in Marokko, dat op de peildatum 2017 beschikbaar was, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de man dit vonnis niet of niet volledig nakomt tot een maximum van € 50.000,-.