Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
(…)
€ 1.214,00(tarief II, 1 punt)
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst centraal, waarbij de geïntimeerde zich beroept op de artikelen 1:88 en 1:89 BW. De effectenleaseovereenkomst is door de geïntimeerde buitengerechtelijk vernietigd, en Dexia stelt dat de vordering uit onverschuldigde betaling is verjaard. Het hof neemt de feiten van de rechtbank over en bevestigt dat de effectenleaseovereenkomst rechtsgeldig is vernietigd.
De kern van het geschil betreft de vraag of de verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling door de geïntimeerde tijdig is gestuit. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn vijf jaar bedraagt en dat deze door eerdere collectieve acties en specifieke brieven van Leaseproces namens de geïntimeerde en andere cliënten is gestuit. Dexia betwist de volmacht van Leaseproces om namens de geïntimeerde de verjaring te stuiten, maar het hof oordeelt dat Dexia deze volmacht niet tijdig heeft betwist en dat de stuitingsbrieven rechtsgevolg hebben.
Gelet op deze overwegingen verwierp het hof het verjaringsverweer van Dexia en bevestigde het het vonnis van de kantonrechter. Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door drie raadsheren op 2 december 2025.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling tijdig is gestuit, waardoor Dexia gehouden is tot terugbetaling.