Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Vooraf
in de vorm van een taxatiematrixheeft verstrekt. De rechtbank begrijpt deze klachten aldus dat deze behelzen dat verweerder in de bezwaarfase niet heeft voldaan aan de in de artikelen 6:17 en 7:4, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 40, tweede lid, Wet WOZ neergelegde verplichtingen.
5.Beoordeling van het geschil
Eiser legt de pleitnota (…) over en leest deze voor. In aanvulling daarop verklaart eiser (…) Verweerder verklaart: De stukken in de pleitnota zijn voor mij allemaal nieuw. (…) U [rechter] houdt mij voor dat de rechtbank het verweerschrift aan mij heeft doorgestuurd’ (…) U [rechter] houdt mij voor dat ik vaker procedeer en (…) waarom ik niet eerder aangegeven heb dat ik het verweerschrift mis. (…) De rechtbank overhandigt een kopie van het verweerschrift aan eiser’. Gelet hierop gaat het Hof ervan uit dat belanghebbende de pleitnota heeft kunnen inbrengen en voordragen. In het p-v is niet vermeld, en zulks is door belanghebbende ook niet aangevoerd, dat hij om aanhouding van het onderzoek ter zitting heeft verzocht. De rechtbank was onder die omstandigheden niet gehouden om de zaak aan te houden. De rechtbank was evenmin gehouden om het beroep over 2021 gelijktijdig te behandelen.
6.Kosten
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.