ECLI:NL:GHAMS:2025:958
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vertraging bij bekendmaking exploitatievergunning en schadevergoeding
Deze zaak betreft een exploitatievergunning voor fluisterboten die door de gemeente Amsterdam niet tijdig is bekendgemaakt aan de aanvrager. De vergunning, verleend op 3 november 2014, werd pas op 23 februari 2017 aan de aanvrager overhandigd. Het hof stelt vast dat deze aanzienlijke vertraging onrechtmatig is, omdat de gemeente onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte en de aanvrager een duidelijk financieel belang had bij tijdige bekendmaking.
De aanvrager leed schade door het gemis aan inkomsten over de periode juni 2015 tot en met september 2017, gebaseerd op winst- en verliesrekeningen. Vertragingen na september 2017 zijn niet aan de gemeente toe te rekenen, omdat de aanvrager ervoor koos boten met een andere indeling te bouwen, wat leidde tot latere ingebruikname.
De gemeente voerde een beroep op eigen schuld, stellende dat de aanvrager naliet om tijdig naar de voortgang te informeren of bezwaar te maken tegen het uitblijven van een beslissing. Het hof acht dit beroep gegrond en stelt de mate van eigen schuld op 50%. De schadevergoeding wordt daarom gehalveerd. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de gemeente tot betaling van € 37.020,50, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het arrest.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de schadevergoeding van € 37.020,50 wegens onrechtmatige late bekendmaking van de exploitatievergunning.