ECLI:NL:GHAMS:2026:1459
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietigingsrecht effectenleaseovereenkomsten en verjaring ex echtgenote
In deze zaak staat centraal of de ex-echtgenote van afnemer haar vernietigingsrecht op effectenleaseovereenkomsten met Dexia Nederland B.V. heeft verloren door verjaring. De ex-echtgenote had de overeenkomsten vernietigd op grond van het ontbreken van haar schriftelijke toestemming bij het aangaan ervan. Dexia betwist de vernietiging en stelt dat de vordering tot vernietiging is verjaard.
Het hof oordeelt dat de effectenleaseovereenkomsten moeten worden aangemerkt als huurkoopovereenkomsten en dat de ex-echtgenote op grond van de wet het recht heeft deze te vernietigen indien geen schriftelijke toestemming is gegeven. De verjaringstermijn van drie jaar vangt aan op het moment dat de ex-echtgenote daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomsten. Dexia voert aan dat de ex-echtgenote bekend was met de overeenkomsten omdat de betalingen vanaf een en/of-rekening op haar naam zijn gedaan.
Het hof acht dit een bewijsvermoeden dat de ex-echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten, waardoor de verjaringstermijn is gaan lopen. Het is vervolgens aan afnemer om tegenbewijs te leveren. Het hof staat afnemer toe dit tegenbewijs te leveren, onder meer door het horen van getuigen, en houdt verdere beslissing aan tot na dit bewijsverhoor.
Uitkomst: Het hof staat afnemer toe tegenbewijs te leveren over de bekendheid van de ex-echtgenote met de effectenleaseovereenkomsten en houdt verdere beslissing aan.