Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[naam],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de effectenleaseovereenkomst tussen Dexia Nederland B.V. en een afnemer centraal, waarbij de echtgenote van de afnemer de vernietigbaarheid van de overeenkomst heeft ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming. De kantonrechter had de effectenleaseovereenkomst vernietigd en Dexia veroordeeld tot betaling aan de echtgenote.
Dexia betwistte onder meer de geldigheid van de vernietigingsbrief en stelde dat de rechtsvordering tot vernietiging was verjaard. Het hof sluit zich aan bij de kantonrechter dat de vernietigingsbrief rechtsgeldig is ontvangen en begrepen door Dexia, ondanks het ontbreken van een handtekening.
Het hof oordeelt dat de effectenleaseovereenkomst kwalificeert als koop op afbetaling en dat de echtgenote op grond van de wet het recht heeft deze te vernietigen. De verjaringstermijn van drie jaar vangt aan op het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst. Dexia heeft aannemelijk gemaakt dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomst, op basis van betalingen vanaf een en/of-rekening.
Het hof staat de echtgenote toe tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, en houdt verdere beslissing aan. Het getuigenverhoor is gepland op 19 juni 2026. Hiermee wordt de bewijsopdracht duidelijk en wordt de procedure voortgezet.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van de vernietigingsbrief en staat tegenbewijs toe over de verjaring van het vernietigingsrecht, waarna de zaak wordt aangehouden.