Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
(i) de bodemafsluiter en het souterrain, (ii) de achtergevel, (iii) het dak van het appartementsrecht 70-D (in verband met lekkage), (iv) de gevel aan de straatzijde, (v) de algemene ruimtes (schoonmaak), (vi) het trappenhuis en de entree en (vii) de pompput.
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
“(…) [appellante] [merkt] op dat hij de vordering onder viii inzake het schoorsteenkanaal wegens gebrek aan (eigen) belang laat vallen (…)”.Ter zitting in hoger beroep heeft [appellante] bevestigd dat dit verzoek is, althans wordt, ingetrokken, zodat het hof dit verder onbesproken laat.
(Kamerstukken II, 2008-2009, 31 991, nr. 3, p. 7) staat in dit verband:
“In het geval van een inactieve vereniging van eigenaars, waar wellicht geen bestuurder is benoemd of geen vergadering van eigenaars wordt gehouden, kan het moeilijk zijn om de medewerking of toestemming van de andere appartementseigenaar(s) te verkrijgen. In dat geval zou een eigenaar die onderhoud noodzakelijk acht kunnen verzoeken om de vervangende machtiging.”. Het hof begrijpt het standpunt van [appellante] aldus, dat hij stelt dat van een dergelijke impasse sprake was. Volgens [appellante] heeft [naam 2] het bestuur overgenomen en riep zij geen vergaderingen meer bijeen, waardoor het voor hem onmogelijk werd om nog iets ter vergadering in te brengen.
Parl. Gesch. BW Boek 51981, p. 399).
“Gebleken is dat [appellante] (…) is begonnen met het realiseren van de door hem gewenste algemene entree tot het pand. In de vaststellingsovereenkomst waren hierover echter geen afspraken gemaakt en [x] heeft daarna niet ingestemd met het voorstel van [appellante] op dit punt. Dit betekent dat [appellante] niet gerechtigd was de (slechts) door hem gewenste werkzaamheden al te (laten) verrichten. Het had op zijn weg gelegen om hierover (…) bindend advies aan te vragen, zoals partijen onder punt 10 van de vaststellingsovereenkomst zijn overeengekomen. Het voorgaande leidt ertoe dat [appellante] gehouden is de (…) verrichte breekwerkzaamheden aan gemeenschappelijke zaken (…) te herstellen, zodanig dat de gemeenschappelijke gang weer in oorspronkelijke staat verkeert. (…)”.
“Niet is gesteld of gebleken dat [appellante] na de descente van 15 januari 2015 eigenmachtig werkzaamheden aan de gemeenschappelijke ruimten heeft doen verrichten. Aangenomen kan worden dat beide partijen ervan doordrongen zijn dat dergelijke werkzaamheden alleen kunnen worden uitgevoerd na instemming van de VvE en dat wanneer de stemmen staken, daaromtrent een deskundige dient te worden benaderd wiens advies bindend is.”.Ook nadien zijn nog procedures gevoerd en hebben vergaderingen plaatsgevonden waarin aan de orde is gesteld dat [appellante] niet op eigen houtje werkzaamheden mag verrichten en hiervoor achteraf bij de VvE facturen kan indienen.