Uitspraak
Onderzoek van de zaak
21 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak ten aanzien van feit 2 in zaak A
Oplegging van straf
Deze onverhoedse, gewelddadige overval moet enorm beangstigend voor het slachtoffer zijn geweest, temeer daar hij bij zijn woning, waar hij zich veilig zou moeten kunnen voelen, door de verdachte en zijn mededader werd opgewacht. Dit alles rekent het hof de verdachte dan ook zwaar aan. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan twee ernstige vernielingen bij zijn ouders waarbij hij hun woningen geheel overhoop heeft gehaald. Ook heeft hij bij zijn moeder ingebroken en persoonlijke goederen gestolen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering tenuitvoerlegging
In de actuele persoonlijke situatie van de verdachte, zoals deze op de terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen, wordt echter reden gezien om, in plaats van de tenuitvoerlegging van voornoemde jeugddetentie, een taakstraf van 140 (honderdveertig) uren te gelasten, in geval van het niet naar behoren verrichten te vervangen door een hechtenis voor de duur van 63 (drieënzestig) dagen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
taakstrafvoor de duur van
140 (honderdveertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
63 (drieënzestig) dagen hechtenis.
4 juni 2026.