Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
(…)
€ 1.935,00(tarief II, 1,5 punt)
Gerechtshof Amsterdam
Afnemer sloot effectenleaseovereenkomsten met Dexia, die door de echtgenote van afnemer op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW buitengerechtelijk zijn vernietigd. De kern van het geschil in hoger beroep betrof de vraag of de vordering tot terugbetaling uit onverschuldigde betaling was verjaard.
De kantonrechter had geoordeeld dat de vordering verjaard was, omdat afnemer onvoldoende had aangetoond dat de verjaring was gestuit. Het hof oordeelde echter dat de verjaringstermijn van vijf jaar, zoals bepaald in artikel 3:309 BW Pro, door brieven van Leaseproces namens afnemer tijdig was gestuit. Dexia had onvoldoende betwist dat afnemer op de lijsten bij de brieven stond en dat de brieven duidelijk verwezen naar de vordering uit onverschuldigde betaling.
Het hof concludeerde dat het voor Dexia redelijkerwijs duidelijk was dat afnemer een vordering tot terugbetaling van betaalde bedragen uit hoofde van de vernietigde effectenleaseovereenkomsten zou instellen. Daarom werd het verjaringsverweer verworpen, het vonnis van de kantonrechter vernietigd en Dexia veroordeeld tot terugbetaling van alle betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd Dexia veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van alle betaalde bedragen wegens vernietigde effectenleaseovereenkomsten.