Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
(…)
€ 1.290,00(tarief II, 1 punt)
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van Dexia tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin de echtgenote van de afnemer effectenleaseovereenkomsten heeft vernietigd op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. De kern van het geschil is of Leaseproces bevoegd was om namens de echtgenote de verjaring van haar vordering uit onverschuldigde betaling te stuiten.
De feiten zijn niet in geschil: de echtgenote heeft de effectenleaseovereenkomsten buitengerechtelijk vernietigd in 2005/2006. Dexia stelt dat de vordering is verjaard omdat zij na de vernietiging niets meer van de echtgenote heeft vernomen. De echtgenote stelt dat de verjaring is gestuit door brieven van Leaseproces in 2012, 2016 en 2017.
Het hof oordeelt dat de brieven van Leaseproces, waarin expliciet wordt vermeld dat ook de vorderingen van de echtgenote worden gestuit, voldoen aan de eisen van artikel 3:317 BW Pro. Dexia heeft niet tijdig om bewijs van volmacht gevraagd na ontvangst van de eerste brief in 2012, zodat artikel 3:71 BW Pro geen beroep meer toelaat op ongeldigverklaring van de volmacht. De volmacht is niet herroepen en Leaseproces was bevoegd om namens de echtgenote te handelen.
Daarmee is de verjaring tijdig gestuit en is Dexia gehouden tot terugbetaling van de betaalde bedragen uit hoofde van de vernietigde effectenleaseovereenkomsten. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Dexia in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten en oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit, waardoor Dexia gehouden is tot terugbetaling en veroordeeld wordt in de proceskosten.