Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Procedure bij de kantonrechter
€ 1.344,44 aan achterstallige huur (berekend tot en met februari 2024), de proceskosten gecompenseerd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
- geoordeeld dat niet relevant is of en hoe de bedingen zijn toegepast;
- de huurachterstand slechts gedeeltelijk toegewezen; en
- dat ook het hof de huurprijswijzigingsbedingen moet toetsen op oneerlijkheid en dat dit geen kernbedingen zijn (6.5 en 6.6);
- dat moet worden getoetst langs de lijnen van de prejudiciële beslissing en het verder door het hof uitgewerkte juridische kader (6.7 en 6.8);
- dat het indexatiebeding apart op oneerlijkheid moet worden getoetst en niet oneerlijk is (6.9 en 6.10);
- dat het opslagbeding van maximaal 5% wel oneerlijk is (6.14 t/m 6.29);
- dat de aard van de overeenkomst en de overige door Eigen Haard aangedragen argumenten aan die oneerlijkheid niets af doen, al realiseert het hof zich dat de vernietiging van het opslagbeding potentieel verstrekkende gevolgen heeft (6.30 t/m 6.50);
- dat Eigen Haard geen belang heeft bij het door haar gedane beroep op verjaring nu ook [geïntimeerden] geen vordering tot terugbetaling van teveel betaalde huur hebben ingesteld (6.54 en 6.55);
- dat het hof niet ambtshalve over kan gaan tot verrekening van de huurachterstand met een eventuele tegenvordering van [geïntimeerden] wegens het buiten toepassing laten van het oneerlijke huurverhogingsbeding (6.56).
bij akteonderbouwd met een specificatie uit te laten over de hoogte van de huidige huurachterstand. [geïntimeerden] mogen daarop vervolgens bij
antwoordaktereageren.
7.Beslissing
rol van 24 maart 2026voor het nemen van een akte aan de zijde van Eigen Haard als hiervoor bedoeld onder 6.6;
rol van 7 april 2026een antwoordakte indienen;