ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1015
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling woning volgens Wet WOZ
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde bungalow met een vrijstaande garage, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2010 ter discussie stond. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €269.000, belanghebbende vorderde €228.000, en de rechtbank wees het beroep af. In hoger beroep stelde het hof vast dat geen van beide partijen hun waarde aannemelijk had gemaakt.
De heffingsambtenaar baseerde zijn waarde op een taxatie van een vergelijkbare woning, maar hield geen rekening met een verschil in dakbedekking en isolatie. Belanghebbende stelde dat het dak van zijn woning niet was vervangen, wat door het hof aannemelijk werd geacht, waardoor de waarde van de heffingsambtenaar niet kon worden bevestigd.
Belanghebbende kon zijn lagere waarde ook niet aannemelijk maken, omdat hij de waardevermindering door het dak volledig verrekende zonder rekening te houden met de meerwaarde van een verbouwing. Het hof oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden en dat de waarde in goede justitie moest worden vastgesteld.
Op basis van alle feiten en omstandigheden stelde het hof de waarde vast op €235.000, vernietigde eerdere uitspraken en verlaagde de aanslag overeenkomstig. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hof stelt de WOZ-waarde vast op €235.000 en vermindert de aanslag overeenkomstig.