ECLI:NL:GHARL:2013:CA0375
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- B.F.A. van Huijgevoort
- A.J.H. van Suilen
- G.W.J.M. Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing deelnemingsvrijstelling bij niet tot stand gekomen koopovereenkomst aandelen Vastgoed BV
Belanghebbende, enig aandeelhouder van Vastgoed BV, stelde dat in april 2008 een koopovereenkomst tot stand was gekomen voor de verkoop van aandelen in Vastgoed BV, met een koopsom van € 6 miljoen. De Inspecteur stelde dat geen bindende overeenkomst was gesloten en dat de ontvangen vergoeding van € 680.000 geen deelnemingsvoordeel betrof.
Het hof oordeelde dat de brief van 8 april 2008 onvoldoende bepaalbaar was omtrent het onderwerp en de koopsom, mede doordat onduidelijk was of aandelen of onroerende zaken werden verkocht. Ook was de fiscale waarde van de aandelen onzeker. Hierdoor was geen bindende koopovereenkomst ontstaan.
Verder stelde het hof vast dat geen belang was overgegaan en dat de vergoeding van € 680.000 een schadevergoeding betrof wegens het niet doorgaan van de verkoop. Dit bedrag valt niet onder de deelnemingsvrijstelling en behoort tot de belastbare winst.
De stellingen van belanghebbende en de Inspecteur over de fiscale eenheid en compartimenteringsleer werden niet meer behandeld omdat het hof de deelnemingsvrijstelling niet toepaste. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op de ontvangen vergoeding van € 680.000.