Belanghebbende deed aangifte BPM voor een gebruikte auto en betaalde € 3.288, terwijl de juiste BPM € 3.209 bedroeg. De Inspecteur verhoogde het betaalbericht onterecht met € 79 zonder naheffingsaanslag. De rechtbank vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en stelde de BPM vast op € 3.209, met een proceskostenvergoeding van € 2.000.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat de BPM op grond van het arrest van de Hoge Raad moest worden verminderd tot € 2.804 vanwege strijdigheid met EU-recht. Belanghebbende vorderde een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding en een schadevergoeding voor renteverlies wegens onverschuldigde betaling.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onzorgvuldig handelde door het bedrag te verhogen zonder naheffingsaanslag, wat een bijzondere omstandigheid vormt voor een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding. De rentevergoeding moet worden berekend vanaf de dag na betaling tot de dag van terugbetaling, conform het arrest Mariana Irimie van het Hof van Justitie. De Inspecteur werd veroordeeld tot betaling van € 3.500 aan proceskosten exclusief btw en tot het vergoeden van griffierechten.