Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 12 maart 2015
[X], te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- of de BPM tot het juiste bedrag is vastgesteld;
- of sprake is van schadevergoedingsplicht van verweerder, inclusief de grondslagen en de omvang daarvan;
- de vraag of eiser in aanmerking komt voor een (boven)forfaitaire vergoeding van de proceskosten die hij in verband met de behandeling van de bezwaren en de beroepen heeft gemaakt.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- stelt de naheffingsaanslag vast op € 552;
- handhaaft het op aangifte voldane bedrag aan BPM zoals dit na bezwaar is vastgesteld;
- gelast verweerder de schadevergoeding wegens rentederving te berekenen en vergoeden
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de Staat tot het vergoeden van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 2.001,50;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 312 vergoedt.
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;