Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
1.[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerden],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat een burengeschil centraal over de vraag of sprake is van een buurweg, erfdienstbaarheid van weg of noodweg over het perceel van geïntimeerden, alsmede over de erfgrens en walbeschoeiing. De hoofdzaak is aanhangig bij de rechtbank Noord-Nederland. Tijdens de procedure in eerste aanleg is het perceel van geïntimeerden verkocht aan een derde.
Geïntimeerden roepen daarop de schorsing van de procedure in hoger beroep in op grond van art. 225 Rv Pro, omdat de rechtsverhouding waarin zij het geding voerden is opgehouden. Appellant verzet zich hiertegen en stelt dat de schorsingsmogelijkheid is prijsgegeven doordat in eerste aanleg de koper in vrijwaring is opgeroepen.
Het hof oordeelt dat de bevoegdheid tot schorsing niet vervalt wanneer het geding in hoger beroep wordt voortgezet en dat het gebruikmaken van de mogelijkheid tot vrijwaring niet betekent dat afstand is gedaan van de schorsingsmogelijkheid. Het verzet van appellant wordt verworpen en de procedure wordt geschorst vanaf 6 mei 2014. Iedere partij draagt haar eigen kosten.
Uitkomst: Het verzet tegen de schorsing van de procedure wordt verworpen en de procedure is geschorst vanaf 6 mei 2014.